0
Coassistente Sultan

Coschappen in tijden van Corona

januari 14, 2021

Veel coassistenten hebben door de pandemie lang moeten wachten om weer stage te kunnen lopen. Het is een opluchting wanneer je eindelijk weer mag beginnen, maar ook erg spannend. Ik heb me van te voren onnodig druk gemaakt, omdat ik het gevoel had dat ik na acht maanden álles verleerd was, maar gelukkig viel dit met wat voorbereiding enorm mee. Hier zijn wat tips om na lange tijd wachten weer voorbereid te kunnen starten met coschappen.


Voorbereiding
In mijn geval zaten er enkele maanden tussen het voorbereidend blok en het bijbehorende coschap. Erg belangrijk dus om de stof weer te herhalen. Pas echter op met ‘stampen’: het is een coschap, geen tentamen! Je hoeft echt niet alles tot in detail te kennen; veel kun je ook tijdens je coschap opzoeken en bijlezen. Pak vooral de stof erbij die relevant is voor jou coschap; als je op afdeling hematologie gaat staan, hoef je echt niet de MDL stof te stampen (maar algemene kennis over elk orgaansysteem blijft natuurlijk belangrijk!). Begin een paar weken van tevoren als het kan. Een half uur à uur per dag stof opfrissen scheelt veel stress de week vóóraf aan je coschap.


Kijk verder naar instructies van handelingen die je lang niet hebt gedaan, zoals onderdelen van lichamelijk onderzoek. Ik heb enkele e-modules van voorgaande leerjaren herhaald, maar je kunt ook oefenen op een vriend(in) (al zou ik katheteriseren toch echt bij de module houden..)
Pak ook eens de feedbackformulieren van voorgaande coschappen erbij. Wat ging er toen minder, en wat ging juist goed? Normaal gesproken zou je hier op natuurlijke wijze op verder bouwen. Maak hiermee ook wat leerdoelen voor het aankomende coschap. Verwacht echter niet om gelijk weer op hetzelfde niveau te functioneren; bouw het op voor jezelf, en hou het vooral realistisch.


Tijdens het coschap
Je grenzen aangeven is extra belangrijk, maar door de pandemie nog een beetje meer. Als je het spannend vindt om met COVID positieve patiënten bezig te gaan, bijvoorbeeld vanwege je zwakkere huisgenoten, zeg dat dan vooral. Je moet je zeker veilig voelen op je coschap. Geef ook aan bij je arts-assistent dat je er lang tussenuit bent geweest, en je de eerste dagen waarschijnlijk moet ‘opwarmen’; niemand vind dit erg! Je hoeft er geen groot ding van te maken, en zeker ook niet vermelden bij elke fout die je maakt, maar het is wel goed dat degene die je beoordeelt zich er bewust van is.
Zoek steun! Bespreek je zorgen met andere coassistenten: gedeelde smart is halve smart. Vaak krijg je ook een mentor toegewezen. Geef in je eerste gesprek duidelijk aan als je het spannend vindt om er lange tijd uit geweest te zijn. Het is echter niet altijd gemakkelijk om dingen te bespreken met een mentor, omdat dit vaak specialisten zijn en er soms ook een machtsverhouding is (als je mentor je eindbeoordelaar is). Kijk dan ook of er een AKO (arts klinisch onderwijs) is, of een buddy-systeem met arts-assistenten.


Mocht bovenstaande steun niet beschikbaar of voldoende zijn; trek aan de bel bij je universiteit. Veel universiteiten hebben coaches, studieadviseurs en studentpsychologen, die tijdens de pandemie extra bezig zijn met het welzijn van de studenten. Misschien heeft je universiteit zelfs groepssessies en workshops beschikbaar, gezien er achter de schermen veel is opgezet de afgelopen maanden.


Qua kennis: zoek uit wat de belangrijkste protocollen zijn voor de afdeling waar je staat, en neem deze goed door. Zelf heb ik ze uitgeprint en gelezen wanneer ik tijd over had. hierin is de meest relevante kennis voor die afdeling te vinden, en kun je op basis van de protocollen ook gericht je handelingen bijspijkeren.


Kortom; je bent niet de enige die er lang tussenuit is geweest, en je bent ook niet de enige die er moeite mee heeft. Het is even lastig om weer te beginnen, maar dat betekent niet dat je je enorme zorgen hoeft te maken! Fris wat kennis op, maak realistische leerdoelen en leg de lat niet te hoog voor jezelf. Na een week coschap voelt het weer als pre-pandemie coschappen. En zo niet, trek zeker aan de bel! Maak dit rare jaar niet onnodig zwaarder voor jezelf.

Coassistente Sultan

#Curriculum help-mij

augustus 31, 2020

Toen ik aan de studie geneeskunde begon had ik, achteraf gezien, geen idee wat me te wachten stond. Ik zag mezelf netjes binnen zes jaar mijn studie afmaken (ha-ha-ha!) en daarna ergens beginnen als basisarts. Alle opties stonden nog open, alles was mogelijk; ik was immers door die decentrale selectie gekomen. Mijn grootste zorg was het halen van de vakken in jaar één, want er was om de vijf weken een tentamen en de druk om je BSA te halen. Maar ik kon het aan, dus ik kon hierna worden wat ik wil, toch?


Tijdens jaar 3 merkte ik op dat iedereen om me heen ‘onderzoek’ of ‘commissie’ begon te doen. Ik snapte niet wat ze nou eigenlijk deden qua onderzoek, hoe ze aan die posities kwamen, en of ik het ook zou moeten doen. Ik had het eigenlijk druk genoeg met de studie zelf, met mezelf mentaal voorbereiden voor de coschappen die dat jaar zouden beginnen, en met m’n bijbaantje in de zorg. Ik had helemaal geen zin om ook onderzoek te doen. “Dat moet je echt doen hoor, anders kom je straks niet aan een baan.” De druk werd hoger.

Begin jaar vier deed ik ‘onderzoek’ in het kader van een verplichte wetenschapsstage. Ik mailde allerlei artsen en kwam uit bij de afdeling infectiologie. Tot mijn verbazing kwam dit uiteindelijk uit tot een kleine publicatie, waar ik als tweede auteur stond. Behalve dat het natuurlijk bijzonder is om je harde werk zo zwart op wit in een wetenschappelijk tijdschrift te zien, je naam bij die van je professoren, was ik vooral blij dat ik weer iets had om op m’n verdomde CV te gooien.


Want daar is oprecht ie-der-een mee bezig, en degenen die dat niet zijn stressen zich er wel over. Vooral de competitieve studiegenoten gaven mij heel veel stress; de types die zich mengen bij elke commissie, bijbaan, tijdschrift of vereniging, daarbij onderzoek doen en een bijbaan hebben, puur en alleen om op hun CV gooien. In vergelijking met hen was mijn CV best leeg. Alleen studeren is niet genoeg, werd gezegd. Je moet je laten zien, je moet actief en betrokken zijn. Blijkbaar moet je ook een LinkedIn hebben. Ik raakte in paniek.


“Maar je doet toch al veel?” zei een jaargenoot van me. Ik snapte niet waar ze het over had.“Je schrijft blogs, je werkte in het ziekenhuis, je hebt zelfs een publicatie. Dat is meer dan ik heb!” Ze had een punt. Misschien zijn mijn blogs niet direct bijdragend aan de medische wereld, maar bloggen is wel iets wat ik doé omdat ik er veel passie voor heb; het zegt iets over wie ik ben. En langzaam besefte ik me dat ik helemaal niet dingen hoef te doen puur om op m’n CV te zetten, maar dat ik dingen die ik doe omdat ik er veel passie voor heb, óók op m’n CV kan zetten.


En toch, dat zal ook niet voldoende zijn om de druk die ik voel te verzachten; want wat blijkt, een PhD hebben is tegenwoordig geen pré meer voor vele AIOS posities, maar een must. Vier jaar onderbetaald niet-klinisch onderzoek moeten doen om arts te kunnen worden klinkt als mijn grootste nachtmerrie, en aan de slag gaan na ‘zes jaar geneeskunde’ klinkt als een verre droom.


Onbeperkt blogs lezen? Word dan member via www.dokterdo.nl/word-member en help ons dokter do verder uit te breiden.

Sultan is tevens ook te volgen op instagram: @ikheetgeenco

Dokter Do

#Wil je met mij trouwen?

augustus 25, 2020
Ik roep zijn naam in de wachtkamer en een klein vrolijk mannetje springt op en komt nog net niet rennend op mij af. Een jonge sportieve dame snelt achter hem aan: ‘Kees, rustig!’ Kees drukt zijn hand stevig in de mijne, zet zijn grootste glimlach op en grinnikt: ‘Aangenaam, dat ben ik. Wat ben jij mooi!’ Ik lach ietwat verlegen en stel me aan hem voor. Als ik mijn hand wil terugtrekken, houdt hij hem wat fermer vast en brengt hem langzaam naar zijn gezicht toe. Voor ik het weet voel ik zijn natte lippen op de rug van mijn hand, wanneer hij een kus erop drukt. Geschrokken trek ik mijn hand harder terug.

‘Kees! Wat hebben we nou afgesproken? Je zou je gaan gedragen,’ zegt de jonge dame die met hem is. Het blijkt zijn begeleider te zijn. Kees trekt het zich allemaal niet zo aan en loopt de spreekkamer in. ‘Kom verder,’ zeg ik tegen de jonge dame. Ze begroet mij met een glimlach en fluistert een sorry, maar ik vind het allemaal niet erg. Kees is een man van 55 jaar, alleen functioneert hij op het niveau van een vijfjarige. Hij is geboren met Trisomie 21, in de volksmond bekend als het syndroom van Down.

Dit is een aangeboren afwijking, die ontstaat door een extra chromosoom, namelijk chromosoom 21. Normaal hebben we 23 paar chromosomen per cel die onze erfelijke materiaal bevatten, in totaal 46 chromosomen per cel. Mensen met het downsyndroom hebben er echter 47, omdat ze niet één paar chromosoom 21 hebben, maar een extra chromosoom 21. In totaal dus drie chromosoom 21. Daarom wordt het syndroom ook wel Trisomie 21 genoemd. Door deze extra chromosoom hebben deze mensen een verstandelijke beperking met ook lichamelijke kenmerken.

Kees is hier bij ons vanwege zijn slechthorendheid, hij komt ter controle. Slechthorendheid komt veel voor bij het downsyndroom.

Ik doe een paar testjes bij Kees en maak een babbeltje met hem. Dan vraag ik hem even te wachten omdat ik mijn bevindingen met mijn supervisor wil bespreken. Als ik terugkom zit hij nog braaf te wachten, mijn supervisor loopt met mij mee en ziet Kees ook even kort. ‘Je bent weer goedgekeurd jongeman,’ zegt mijn supervisor. ‘Kom Kees, we gaan weer.’ Zijn begeleider pakt hem bij zijn hand, maar hij blijft mij nog aankijken.  Als hij mijn hand pakt, vraagt hij plots: ‘Wil je met mij trouwen?’ Met grote puppy ogen kijkt hij mij aan. ‘Wat gebeurd hier nou?’ zegt mijn supervisor. Ik weet het ook niet, maar bewonder zijn onbevangenheid. Ik ben jaloers op hoe Kees in het leven staat. Niet te veel nadenken en gewoon je hart volgen, soms lijkt dat zo moeilijk nog niet. Het blijft stil aan mijn kant, dan schaterlacht hij en roept: ‘Grapje. Ik heb al een vriendin, maar als jij mijn vrouw was geweest zou ik elke dag koffie voor je zetten.’

*De namen zijn gefingeerd.
Dokter Do

#Victim blaming (triggerwarning)

augustus 24, 2020
De inhoud van dit artikel is enkel beschikbaar voor members. U kunt lid worden via 'word member' in het hoofdmenu. Bent u al lid, vergeet dan niet in te loggen om de inhoud te kunnen bekijken.
Dokter Do

#Victim blaming (TRIGGERWARNING)

augustus 21, 2020
De inhoud van dit artikel is enkel beschikbaar voor members. U kunt lid worden via 'word member' in het hoofdmenu. Bent u al lid, vergeet dan niet in te loggen om de inhoud te kunnen bekijken.
Dokter Do

#Een golfoorlog in de wachtkamer

augustus 18, 2020
De inhoud van dit artikel is enkel beschikbaar voor members. U kunt lid worden via 'word member' in het hoofdmenu. Bent u al lid, vergeet dan niet in te loggen om de inhoud te kunnen bekijken.
Dokter Do

#JE_BENT_ONTSLAGEN

augustus 11, 2020
De inhoud van dit artikel is enkel beschikbaar voor members. U kunt lid worden via 'word member' in het hoofdmenu. Bent u al lid, vergeet dan niet in te loggen om de inhoud te kunnen bekijken.
Dokter Do

#NACHTMERRIES (Triggerwarning!)

augustus 6, 2020
De inhoud van dit artikel is enkel beschikbaar voor members. U kunt lid worden via 'word member' in het hoofdmenu. Bent u al lid, vergeet dan niet in te loggen om de inhoud te kunnen bekijken.
Dokter Do

#GEEF_ME_TIJD

augustus 6, 2020

‘Adem in,’ zeg ik en tegelijkertijd plaats ik mijn stethoscoop op haar borstkas. Ik hoor hoe haar longen zich vullen met zuurstof. Hoe haar hart op de achtergrond op het ritme van het leven klopt. We ademen gemiddeld zo’n twaalf tot zestien keer per minuut. Dat is 720 tot 960 keer per uur, zo’n 17 tot 20 duizend keer per dag. Hoe vaak staan we daarbij stil?

Ik verplaats mijn stethoscoop een longveld verder, iets dichter bij haar hart en ik hoor hoe haar kleppen openen en sluiten. Zo’n honderdduizend keer per dag, om ruim zesduizend liter bloed te pompen. Met zoveel kracht dat h`et bloed door heel je lichaam heen kan, maar ook weer terug. Het is echt een wonder dat het hart het zo lang volhoudt, met alle klappen die we van buitenaf tolereren en ons hart ermee pijnigen. Hoe vaak staan we daarbij stil?

‘Kom maar weer rechtop zitten,’ zeg ik. Ik rol mijn stethoscoop weer in elkaar, steek het in mijn jaszak en help haar rustig overeind te komen. ‘Hoe voel je je? Niet duizelig?’ Ze schudt haar hoofd en dan laat ik haar van het onderzoeksbankje afglijden tot ik zeker weet dat haar voeten stevig op de grond staan. Ze trekt haar T-shirt weer aan en neemt weer plaats in haar rolstoel.  Ze is even oud als ik. Paar centimeter langer, haar huid is wit en ze heeft prachtige blonde krullen. Had, inmiddels is het flink aan het uitvallen en begint haar bos krullen steeds dunner en brozer te worden. Net als mijn bos krullen, alleen is het bij mij genetisch bepaald. Haar haaruitval werd door iets anders veroorzaakt.

Ondanks ons verschillende etnische achtergronden, ons levensstijl, de mensen van wie we wel of niet houden en in welk God we geloven, verschil ik niet zoveel van haar. We zijn allebei vrouw. We hebben namelijk allebei borsten. Die van mij zijn gezond, die van haar: uitgezaaid borstcarcinoom. In lekentaal: kutkanker. Ze gaat dood.

Net als mij heeft ze een kinderwens. Haar verdriet is voelbaar. Ze heeft een paar jaar geleden toen deze ellende begon haar eicellen bevroren, maar de kans dat ze ooit moeder wordt is nihil. Ik hoor mijn moeder in gedachten zeggen: ‘De tijd tikt Do, wanneer ga je nou serieus opzoek naar een levenspartner.’ Opeens dringen haar woorden mij als nooit eerder binnen.

Aan het eind van de dag, als ik eindelijk thuis ben en mezelf op mijn bed neer kan ploffen valt mijn oog op de klok die aan mijn muur hangt. Het staat al twee jaar stil, voor mijn gevoel net als mijn eigen leven. Ik staar naar de stilstaande wijzers die gericht zijn op de 8 en de 9. Mezelf afvragend of er tijd en ruimte is voor mij tussen die twee wijzers. Of het weer mag.

Twee jaar geleden om stipt 08:42 stond mijn leven stil. Is het dan vandaag de dag dat ik er nieuwe batterijen in ga stoppen? Moeizaam til ik mezelf weer omhoog uit bed en pak een stoel om de klok van de wand te kunnen halen. Ik blaas de stof ervan af, klim weer van de stoel naar beneden en loop richting mijn prullenbak. Ik pleur het stokoude ding erin, als symboliek voor alle weggegooide tijd. Ik heb geen klok nodig die mij de tijd aanwijst en confronteert met hoe vastgenageld ik stilsta. Dit keer gun ik mezelf tijd, omdat het haar niet meer is gegund. Ik adem uit.

dokterdo · GEEF ME TIJD