0
Dokter Do

# SEH is geen hotel

juli 2, 2019

‘Zag je dat Henk? Ze lopen ons elke keer zomaar voorbij,’ zegt ze nors tegen haar echtgenoot. Ik krijg gauw in de gaten dat ze het over mij heeft en kijk haar vriendelijk aan. ‘Kan ik u helpen mevrouw?’ ‘Ja, we wachten hier al een eeuwigheid. Mijn moeder, die heeft hulp nodig. We zijn niets voor niets op de spoedeisende hulp. Het heeft SPOED.’ Ik kijk over haar schouder de kamer in, en zie een mevrouw onder de dekens liggen. Ze ligt rustig te slapen. Ik knik en leg haar uit dat mevrouw een patiënt is van de interne geneeskunde en ik haar niet kan helpen, omdat ik van de chirurgie ben. ‘Ja, kan mij het wat schelen. Jullie zijn toch allemaal dokters of verpleegkundigen, iemand moet toch naar mijn moeder kijken.’

‘Ik zie daar ook een aantal van jouw collega’s koffiedrinken, alsof er hier geen oud dametje ligt die hulp nodig heeft.’ Ik staar naar de mensen waar haar vinger naar wijst. Het zijn twee arts-assistenten van de orthopedie. Toevallig weet ik dat ze vanmiddag amper stil hebben gezeten en die koffie nu dik verdienen. Zodra ik mij weer naar de boze mevrouw richt en het voor mijn collega’s op wil nemen, slik ik mijn woorden al gauw weer in bij het zien van haar gefrustreerde houding. Ze staat wel erg dichtbij. Ik frons en besluit mijn ergernis te verbergen. Ze zal vast inderdaad al uren gewacht hebben, hongerig, en wellicht ook slaperig want het is al inmiddels 11 uur ‘s avonds.

‘Ik zal het met mijn collega’s overleggen,’ zeg ik vriendelijk. ‘Ja, doe dat maar,’ antwoordt ze bits. Ze keert haar rug naar mij toe en loopt richting het bed. Met zware passen loop ik richting het glazen ‘huisje’ waar de artsen en verpleegkundigen van verschillende specialisaties druk aan het overleggen zijn. Gezoem en gepiep van alle kanten. Ik hoor een verpleegkundige op de achtergrond roepen dat het traumateam snel opgeroepen moet worden omdat er een jongeman onderweg is in kritieke toestand na een knuppelgevecht.

Als ik de arts-assistent van de interne heb gevonden, tik ik hem voorzichtig op zijn schouder aan en vraag hem tussen zijn getyp op de computer door of ik hem even mag storen. Hij kijkt mij aan en zegt: ‘Ik heb je al zien praten met mevrouw op kamer zes. Eigenlijk wil ik de chirurgie vragen om even naar haar te kijken. Ze heeft een flinke smak gemaakt, dus wellicht iets gebroken?’ De arts-assistent van de chirurgie zie ik druk in de weer met andere patiënten en ik besluit zelf mevrouw op kamer zes te zien. Ik kan dan erna gelijk met hem ook de andere drie patiënten overleggen die ik gezien heb; Een vrouw met een geluxeerde pols, een Amerikaanse toerist die in een dronken bui door zijn enkel is gegaan en een vrouw in de veertig met buikpijn.

Na een uitvoerige anamnese en uitgebreid lichamelijk onderzoek, wat foto’s van de heupen, rechterschouder en handen vanwege flinke blauwe plekken is de conclusie dat mevrouw naar huis mag. ‘Naar huis? Hoe bedoel je? En wat als ze dan weer valt?’ De arts-assistsent komt te hulp en legt nogmaals uit dat er geen medisch noodzaak is voor een ziekenhuisopname. De familie van mevrouw is niet tevreden. Ze weigeren te vertrekken en de arts-assistent besluit een aantal belletjes te doen naar zorginstellingen. Hij krijgt elke keer te horen dat haar situatie geen indicatie/reden is voor opname.

Ten einde raad probeert hij zelfs de hospice. Om een uur of half drie loopt hij weer richting kamer zes. Het is hem gelukt om ergens een plekje voor haar te regelen, maar familie is zo boos dat ze besluiten moeder weer mee te nemen. Met een hoop kabaal, gescheld en een bedreiging om een klacht in te dienen verlaten ze de SEH. Ik heb met de arts-assistent te doen. Al die moeite, voor niets. Ik wil hem een schouderklopje geven, maar hij is veel te lang. Daar kom ik nooit bij.

‘Je moet naar huis Do, je dienst is al uren geleden voorbij.’ Ik kijk op de klok. Bijna drie uur ‘s nachts en ik moet nog een heel uur naar huis terugrijden. De adrenaline stroomt nog door mijn aderen. Ik heb geen slaap en ben alles behalve moe. Naar huis gaan, is ook het laatste wat ik wil. ‘Kom Do, naar huis. De SEH is geen hotel,’ grinnikt hij.

Ook leuk om te lezen

Geen reacties

Laat een reactie achter