0
Coassistente Sultan

#Crisisdienst

juni 19, 2019

Tijdens mijn coschap psychiatrie loop ik een avond mee met de crisisdienst; dit is voor mensen die dringend hulp nodig hebben (en dus niet in de wachtlijst van 3 maanden kunnen staan).
Helaas voor mij, maar gelukkig voor de samenleving, was de dienst die avond erg rustig. Terwijl ik uit verveling een spelletje zat te spelen en een ellendige magnetronmaaltijd naar binnen aan het werken, liep de receptioniste plots langs.
“Hé Sultan, er komt zo een patiënt! Het is een meisje van 11, en ze heeft doodsgedachten.”

Ik schrik van haar leeftijd. Als iemand zo jong al zo depressief is, dan moet er echt iets ernstigs aan de hand zijn. Wordt ze gepest? Is er sprake van kindermisbruik, of verwaarlozing? Heeft ze veel verlies geleden? Ik neem haar dossier door, maar die is leeg. Ze komt voor het eerst.
Een half uur later staat ze op de gang, met haar beide ouders. Ze speelt een spelletje op haar telefoon, en staat half verstopt achter haar moeder. Mijn vermoedens van verwaarlozing vallen onder aan de lijst van mogelijke diagnoses, maar de overige opties staan nog hoog.
Samen met de verpleegkundige nemen we haar en haar ouders mee naar een kamertje. Ze besluit met haar rug naar ons toe te zitten, en geeft aanvankelijk alleen antwoord in enkele woorden. Naar mate het gesprek vordert, worden de woorden korte zinnetjes, wordt haar stem wat luider, en draait ze langzaam om. Ik merk dat ze oogcontact met ons vermijdt.

“Ze heeft een tekening gemaakt, waar ze op het spoor staat en er een trein aankomt”, vertelt haar moeder. “Ze is wezen kijken naar het station vlakbij.” Wanneer we het haar navragen, knikt ze.
“Er was ook een brief.”

Ik merk dat haar moeder de antwoorden voor haar invult, en begin me er een beetje aan te ergeren. Ik kijk de jonge patiënte aan en vraag hoe het gaat op school. Ze heeft veel vriendinnen, zegt ze. Ze heeft ook een juf waar ze dol op is, en ze is goed in rekenen. Ze heeft echter veel problemen met lezen en schrijven, en voelt zich daardoor dom in de klas.

“Vorig jaar zijn we er achter gekomen dat ze dyslexie heeft”, voegt haar moeder toe. “Natuurlijk wordt zo’n kind somber, als ze hoort dat ze gehandicapt is”.
Ik schrik van die opmerking. Gehandicapt? Dyslexie is ongelooflijk lastig en vervelend, maar hoeft het leven zeker niet onmogelijk te maken. Ik snap nu deels waar de zorgen van het meisje vandaan komen, en neem haar apart mee naar een kamertje.

“Ik wil ook dokter worden, net als jij”, vertelt ze. Ze begint te snikken. Ik schuif haar een doosje tissues toe, en leg mijn hand op haar schouder.
“En dat kun je ook zeker worden”, beloof ik haar toe. “Dyslexie heeft anderen er niet van weerhouden om arts te worden, dus dat hoeft het voor jou ook niet te doen.” Voor het eerst maakt ze echt oogcontact met me, en knikt.
“Kun je me beloven dat je niets ergs gaat doen?” Dat kan ze.

Na het bezoekje bij de crisisdienst mag ze van haar ouders een ijsje. Ik zie het sombere meisje iets vrolijker vertrekken, en hoop dat ik haar ooit mag tegenkomen als collega, mét dyslexie.

Ook leuk om te lezen

Geen reacties

Laat een reactie achter