0
Coassistente Sultan

Engeltje

mei 7, 2020

“Is hij al in water gelegd? Vind dat altijd zo mooi”, zegt een verloskundige nonchalant. Ik vind het een vreemde opmerking, gezien de situatie. Sinds ik heb gehoord dat de baby dood is geboren, voel ik een brok in mijn keel. De hartverscheurende pijn van zijn moeder, die hem al 24 weken draagt, is al vanaf de gang te voelen. Het is muisstil in de kamer waar ze ligt, samen met haar zoontje.

De manier waarop de verloskundige het zegt begint aan me te knagen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, een doodgeboren baby. Maar misschien is dat het ook, voor haar. Misschien is dat hoe zij met de situatie omgaat, om haar werk draaglijker te maken. Ik besluit niets te zeggen.

Even later, wanneer ik op de gang loop richting een andere verloskamer, zie ik dat de deur van de stille kamer nu open is. Ik kan me er niet van weerhouden om een blik naar binnen te wagen, als een soort ramptoerist. Het is donker in de kamer, van de schaduwen kan ik niets maken. Beter ook, denk ik in mezelf, laat hen in hun waarde.

Ik ga naar de andere zwangere en leg de verschoven CTG-bandjes op haar buik weer goed. Op de monitor verschijnt het hartslagje van haar baby weer. Ze begint haar ogen dicht te knijpen; de lijn die haar wee representeert op de monitor stijgt omhoog.
“Alles ziet er goed uit”, kan ik haar na haar wee vertellen. “De band was gewoon wat verschoven, niets om je zorgen over te maken.” De aanstaande ouders knikken en kijken naar de lijn die hun zoon representeert. Veel zigzagjes: hij beweegt.

Op de terugweg zie ik dat de deur van de stille kamer nu wagenwijd open staat. De verpleegkundige rolt de vrouw met bed en al naar buiten, daarachter een sombere man, mogelijk haar partner. Heel even denk ik oogcontact te maken met de vrouw; niet opzettelijk, maar onze ogen lijken elkaar te vinden. Dan merk ik dat ze helemaal niet naar me kijkt. Ze kijkt recht door me heen, de verte in, haar huid bleek weggetrokken en haar haren bezweet van de bevalling.
Ik wend mijn blik af en voel de brok in mijn keel steeds groter worden. Ik schaam me om de stomme grapjes die werden gemaakt in de artsenkamer, terwijl we pepernoten zaten te eten en te zeuren over slaapgebrek, terwijl zij tien meter verderop beviel van haar overleden baby. Ik voel ook onmacht, woede, verdriet voor deze vrouw die ik helemaal niet ken. En ik begin begrip te voelen voor de verloskundige, die dit misschien al tientallen keren heeft moeten zien en voelen, en daarom nu vrede zoekt in het engeltje in het water. 

Ook leuk om te lezen

This category can only be viewed by members.

Geen reacties

Laat een reactie achter