0
Dokter Do

SEH op stelten

februari 26, 2019

‘Waar zijn wij?’ vroeg ik. We stonden in een kamer vol met bedden die bijna tegen elkaar aan stonden. Matrassen en kussens in allemaal verschillende kleuren en maten, alsof iedereen zijn eigen matras en kussen vanuit huis had meegenomen. Privacy, kon je hier snel vergeten. De zaalarts liep met papieren dossier langs elk bed en probeerde snel wat diagnoses te stellen, terwijl iedereen mee kon luisteren. Kinderen renden door de kamer heen, huppelend langs onze benen, trekkend aan onze witte jassen. Medicatie lag op bijzettafeltjes, zo voor het oprapen en niet te vergeten erg verleidelijk voor kinderen die het snel aanzien als snoepgoed. Infuuspalen stonden er losjes en scheef bij. ‘Wat is dit joh?’ vroeg ik weer. Mijn ogen keken vol bewondering naar het schouwspel.

In een hoek lag een vrouw, in haar zwarte gewaad gewikkeld op de grond. Waarschijnlijk omdat er geen bedden meer vrij waren. Ze riep naar de verpleegkundige die snel langs passeerde om de arts het dossier van de volgende patiënt in de handen te drukken: ‘Zuster, ik ga kapot van de pijn. Help mij dan toch.’ Ik keek mijn nicht, die mij een rondleiding in een van de modernste ziekenhuizen in Irak een rondleiding gaf, met wijd gesperde ogen aan. Nu keek ze mij ook aan en glimlachte: ‘Welkom, op de Spoed Eisende Hulp. Dit is de vrouwen- en kinderenkant. Aan de andere kant komen de mannen binnen.’ Ik slikte moeizaam de brok in mijn keel weg en had het te doen met de zaalarts die met een bezweet hoofd heen en weer liep, van de ene patiënt naar de andere. ‘Staat hij in zijn eentje?’ Mijn nicht knikte. ‘In Nederland ben je zeker wat anders gewend,’ grinnikte ze. Ik besloot daar maar geen antwoord op te geven. Het was onmogelijk te vergelijken. Alleen de sfeer was praktisch hetzelfde. Druk. Hectisch en heel mijn lichaam jeukte om mee te helpen.

‘Kom, ik laat je nog even de mannenkant zien en dan moeten we terug naar de afdeling.’ Ik huppelde achter haar aan, alsof ik haar coassistent was. Aan de mannenkant lag een patiënt, met een forse exacerbatie COPD, die we op de afdeling zouden opnemen. ‘A dying case,’ had de arts het opgesomd die hem overdroeg aan ons. Een exacerbatie COPD zie je dagelijks op de Spoed Eisende Hulp in Nederland en vaak gaan ze er gelukkig niet aan dood. Het houdt in dat iemand met de longziekte genaamd COPD een uitbraak krijgt, als gevolg van bijvoorbeeld een longontsteking. Dat was het geval bij deze meneer. Hij lag er inderdaad bij, alsof hij elk moment zijn laatste adem kon uitblazen. Hij gebruikte zijn hulpademhalingsspieren en de neusvleugels waren wijd versperd. Tekenen van forse benauwdheid. Hij leek zo uit een medische leerboek te stappen. Terwijl ik de ruimte verder observeerde, hoorde ik mijn nicht met haar collega sparren over het beleid. De antibiotica was niet meer in het ziekenhuis verkrijgbaar en een van de familieleden kreeg de opdracht om het middel uit een ander ziekenhuis of apotheek te gaan halen.

‘Kom Do, we gaan weer terug naar de afdeling.’ Verdoezeld liep ik achter haar aan, mijn verbazing camouflerend met een glimlach. Wachtend op de lift, vertelde ze mij nog het een en ander over hoe het allemaal werkt hier als de medicatie op is. De familie eigenlijk grotendeels voor alles opdraait en de kosten voor de zorg en medicatie betaald. Zorgverzekering kennen ze hier niet. In de lift vergezelde een vrouw ons, die een dikke wintermatras gebonden in een oude infuusslang, op haar hoofd droeg. Dus ze nemen de matrassen en kussens toch mee vanuit huis besefte ik. ‘Creatief,’ grapte ik. De vrouw haalde haar schouders op en zei: ‘Met creativiteit overleef je het beste.’

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply