0
Dokter Do

Gapende wonden

februari 22, 2019

Ze voelt zich eenzaam en gek genoeg is het ook aan haar te merken. Of misschien is het deze kille kamer. Tussen ons in zit niets; geen tafel, geen bank, geen kruk. Enkel een lege ruimte die haar, maar ook mij, een ongemakkelijk gevoel geeft waar we beide geen houding aan weten te geven. Ze friemelt aan een oude wond op haar vinger. Haar steile haren vallen over haar jonge gezicht en bedekken de helft ervan.

‘Mag ik je wond zien?’ vraag ik rustig. Ik bedoel niet de wond op haar vinger, maar ergens op haar arm die ze zichzelf had aangedaan. Het was onduidelijk met wat voor voorwerp ze zich gesneden heeft volgens de verpleegkundigen. Haar kamer was gestript; alle scherpe objecten waren verwijderd. Een raadsel dus. Het blijft stil. Ik observeer haar in stilte en wil niet te veel woorden kwijt. Haar kennende zou ze elk moment op kunnen staan en de kamer uit stormen. Dat wil ik voorkomen. De vertrouwensband moest langzaam groeien en die ruimte wilde ik haar geven. Tijdens mijn coschap op de kindergeneeskunde werd mij geleerd dat je aan kinderen beter geen vragen kunt stellen, maar aankondigend vertellen wat je ging doen. Dat kon ik bij haar niet maken, al was ze praktisch gezien nog kind. Enkel veertien jaar oud.

Ik besluit het nog een keer te vragen: ‘Ik wil alleen maar kijken of het gehecht moet worden, daarna ben je echt van mij af. Zou je mij je wond op je arm willen laten zien?’ Ze haalt haar schouders op en kijkt mij vluchtig vanachter haar steile haren aan. Alsof ze zich voor mij wil verbergen. Ik bekijk haar half bedekte gezicht aandachtig. De petechiën, in de volksmond puntbloedingen, zijn nog op haar gezicht te zien. Opgelopen na haar zelfmoordpoging van een paar dagen terug. Ze had zichzelf proberen op te hangen, met een eigen kledingstuk. Het team op de afdeling had geen ander keus, dan haar voortaan nog beter in de gaten te houden en te laten slapen in enkel haar ondergoed. Dit is geen basis geneeskunde meer, besef ik mij steeds meer.

‘Het heeft geen zin om het te hechten. Ik haal het toch weer open,’ zegt ze fluisterend. Ze bedoelt het niet brutaal. Het is haar aandoening die haar zo laat zijn. Niet goed voor zichzelf willen zorgen of toelaten dat anderen voor haar zorgen, omdat ze vindt dat ze het niet verdient. Ik blijf weer een poos stil. Duw mijzelf verder de stoel in en wrijf met mijn handen in mijn gezicht. Ik voel me compleet machteloos. Ik heb geen flauw idee hoe ik dit moet aanpakken en mis de arts-assistent of psychiater enorm aan mijn zij. Ik ben verantwoordelijk voor de afdeling vandaag en kan de psychiater laagdrempelig bellen als ik het nodig vind. Zal ik bellen?

‘Mag ik het niet zien van jou of van de Anorexia?’ besluit ik te vragen. Ik blijf haar stilletjes aankijken tot er een antwoord na een lange stilte komt. ‘Het mag niet van de stem in mijn hoofd.’ Ik knik. Dan zeg ik: ‘Ik blijf hier net zo lang zitten, tot je mij je wond laat zien. In de tussentijd kunnen we ook over andere dingen praten.’ Even voelt het niet meer aan alsof ik tegen een veertienjarige praat, maar een gemene geest met de naam Anorexia die niet zo van praten houdt. Ze kijkt geïrriteerd op. Ik zie haar ogen naar de deur draaien, alsof ze een vluchtpoging aan het afspelen is in haar hoofd. Ik vind het naar dat ik haar dat gevoel geef.

‘Ik doe dit niet om je te pesten, ik ben hier om je te helpen maar dat kan ik alleen als je mij toelaat.’ Het blijft heel lang stil. Ik denk dat er zeker vijf lange stille minuten passeren voor ze eindelijk haar mouw omhoog doet. Haar arm zit onder de oude sneewonden en littekens. Ze kijkt verlegen, alsof ze zich ervoor schaamt. Ik focus mijn aandacht op de nieuwe wond, die niet meer zo nieuw lijkt. Dan kijk ik haar aan en zeg: ‘Dankjewel. Je kan gaan, dit hoeft niet gehecht te worden.’ Binnen een mum van een seconde is ze de kamer al uitgevlogen en laat mij in een kille eenzame kamer achter.

Ook leuk om te lezen

Geen reacties

Laat een reactie achter