0
Coassistente Siham

#De imperfecte coassistent is perfect

september 25, 2019

‘Kan ik je nog ergens mee helpen.’ Het is 05:00 uur ’s ochtend, de laatste dienst van mijn nachtdienstweek. De arts-assistent heeft zijn benen op het bureau gezet en scrolt gapend op zijn telefoon. Het is ontzettend rustig op de afdeling. Behoudens eventuele spoedoperaties staat er de komende laatste uurtjes van de dienst niks meer op de planning. Verstoord kijkt de arts-assistent op, zijn ogen zijn rood en puilen uit van slaapgebrek. Hij blaast zijn lokken uit zijn gezicht weg: ‘Eh nee,’ zegt hij zachtjes mompelend.

Ik besluit een bezoekje te brengen aan de patiënte die ik een paar uur eerder had geholpen bij een bevalling. ‘Hé, daar heb je de coassistent,’ roept de kersverse vader enthousiast terwijl hij trots met zijn pasgeboren dochtertje door de kamer paradeert. Zijn vrouw begint stralend over haar eerste momenten als moeder te vertellen. Met een voldaan gevoel, volledig opgeladen met de aanstekelijke positieve energie van het gezinnetje, tref ik onderweg naar de lift mijn arts-assistent. ‘Hey!’ roep ik vrolijk. De arts-assistent loopt me in een razendsnel tempo voorbij, misschien heeft hij me niet gezien omdat hij te druk is of misschien wíl hij de coassistent na een lange vermoeide week even niet zien. Nog voordat de liftdeuren dichtgaan, spring ik de lift in. ‘De week is echt voorbij gevlogen, hè,’ probeer ik nog glimlachend. Hij blijft echter ongeroerd naar zijn telefoon staren. En ik voel hoe mijn eerdere hoge energielevel met de seconde naar beneden keldert.

Dan ineens slaat de twijfel toe. Heb ik iets verkeerds gedaan? Hoe hard ik ook nadenk, ik kan zo gauw niet iets opmerkelijks bedenken dat ik fout heb gedaan. Terwijl ik nerveus met mijn handen frummel, schraap ik na een moment van aarzelen toch m’n keel en piep ik: ‘Hoe vond je het afgelopen week gaan?’ Hij blijft nog steeds naar zijn telefoon staren. Voor mijn gevoel duurt dit tripje in de lift een eeuwigheid. ‘Hm,’ begint hij alweer mompelend, ‘je mag echt wat assertiever en pro-actiever zijn.’ De manier waarop hij de feedback overbrengt maakt allesbehalve een opbouwende indruk op me. De deuren van de lift gaan abrupt open en ik schrik van het deuntje waarmee dat gebeurt. Hij snelt de lift uit, zwijgzaam en met lood in mijn schoenen strompel ik erachteraan.

Toch probeer ik zijn woorden ter harte te nemen door te streven me evidenter assertief op te stellen. Bij de eindbeoordeling laat mijn begeleider me alle mailtjes lezen die hij van zijn collega’s heeft ontvangen. Tien mailtjes waarvan negen hun tevredenheid uitdrukken, maar eentje van de nachtdienstweek die het tegenovergestelde beaamt. ‘Mag echt wat assertiever en pro-actiever zijn,’ lees ik opnieuw. De tegensprekende feedback maakt dat ik niet meer goed weet welke houding de juiste is. In die verwarde toestand begin ik het aansluitende coschap. Nog voor het einde van de eerste week laat de arts-assistent van de nieuwe afdeling me weten dat ik ‘té assertief ben.’ Ik begin mezelf af te vragen wat nodig is om de perfecte coassistent te zijn.

Dan realiseer ik me… Wat de ene dokter waardeert, kan volledig in het verkeerde keelgat van de andere dokter vallen. Wat op de ene afdeling als te assertief wordt beschouwd, kan op een andere afdeling als passief worden bestempeld. Na meerdere coschappen te hebben gelopen ben ik tot één simpele conclusie gekomen: de perfecte houding als coassistent bestaat niet.
———————————————————-
Siham is 6e jaars geneeskundestudente en schrijft twee-wekelijks een gastblog voor Dokter Do. Ook schrijft Siham voor arts in spe (must read!)
Siham is op instagram te volgen op: @sihemschrijft

Ook leuk om te lezen

Geen reacties

Laat een reactie achter