#Vluchtelingen

“Mag ik nog heel even jullie aandacht voor jullie allemaal opstaan,” riep een van de arts-assistenten aan het einde van de avond overdracht. “Er ligt een jongeman, Koerdische vluchteling uit Irak, met buikpijn klachten op mijn afdeling. Hij verstaat en spreekt geen woord Nederlands noch Engels.” Aandachtig luisterde ik naar zijn verhaal en wat de specialisten hem adviseerden.

Hij had geen flauw idee wat precies de klachten waren van deze patient, wanneer de klachten begonnen, of hij dit eerder heeft gehad en allemaal andere dingen die een dokter graag wilt weten voor er wordt over gegaan op aanvullend onderzoek. Ik besloot na de overdracht de arts-assistent te vragen of ik hem kon helpen met vertalen. Een van mijn collega coassistenten vroeg mij of ze mee kon. “Ik vind andere talen altijd geinig om te horen,” zei ze. Ik vond het prima.

Nadat de specialisten, arts-assistenten en coassistenten opstonden om naar huis te gaan of terug te gaan naar de afdeling liepen mijn collega en ik naar de arts-assistent toe die een van de specialisten aan het opwachten was. “Hey, ik kan wel met je mee naar die patient uit Irak. Ik spreek arabisch,” stelde ik aan hem voor. Hij keek mij een paar seconde aan alsof ik een lompe voorstel maakte. Ik begon mij een beetje ongemakkelijk te voelen erdoor, maar uiteindelijk antwoordde hij: “Ja, dat is wel handig. Maar ik moet nog even wat bespreken over een ander patient met een van de specialisten.” Ik keek mijn collega coassistent aan en zei: “Dan kunnen wij toch alvast gaan. Ik kan je bellen als ik nuttige informatie eruit heb kunnen halen.” Hij vond het goed en samen met de andere coassistent liepen we naar de afdeling.

Op de afdelingen vroegen we aan een van de verpleegkundigen waar de patient lag. Ze wees ons naar de isolatie kamer. Ze zag ons gezichten geloof ik wit wegtrekken en stelde ons gerust dat we geen beschermende kleren aan hoeven te doen zolang we de patient niet aanraken.

Bij de kamer aangekomen keken we eerst voorzichtig om het hoekje, de patient leek te slapen. Maar wanneer mijn collega voorzichtig aanklopte, deed hij zijn ogen open en keek ons alert aan. We liepen samen naar binnen en ik groette de jongeman in het arabisch: “Salamoe alailoem.” Zijn gezicht leek even op te lichten en hij groette vriendelijk terug. Het viel ons op dat zijn kleren vies waren van de bloedvlekken.

Ik stelde hem een paar vragen en vertaalde ondertussen aan mijn collega wat hij allemaal vertelde. Het werd ons snel duidelijk wat zijn klachten waren: buikpijn, in aanvallen, misselijkheid maar geen braken, geen diarree of obstipatie, niet samenhangend aan maaltijden, bewegingsdrang, geen ziekten in de familie, drinkt geen alcohol, gebruikt geen drugs, hardnekkige roker.

“Hoe komt u aan al dat bloed op uw kleren?” vroeg ik hem als laatst. “Ik heb de infuus er boos uitgetrokken omdat ik weg wilde gaan. Ik wil terug naar het kamp. Ze hebben mij hier in een hok gestopt alsof ik een dier ben, niemand komt even vragen hoe het gaat. Het lijkt wel alsof ze mij vergeten zijn.”

Ik hoorde aan zijn stem dat hij emotioneel raakte. “Niemand is u vergeten,” probeerde ik hem gerust te stellen. “De dokters zijn hard bezig met u te helpen. Maar omdat ze niet met u kunnen praten in een taal dat u verstaat, gaat het nu allemaal wat langzamer. En u ligt in dit kamertje omdat wij niet weten of u mogelijk ziek bent geraakt door een bacterie. Dus uit bescherming voor andere patienten en het personeel, ligt u in een afgesloten kamertje.” Hij knikte begripvol. “Ik ga uw verhaal zo terugkoppelen aan de dokters en dan zal u snel verder geholpen worden,” voegde ik nog eraan toe.

Wanneer mijn collega en ik weer willen vertrekken vroeg hij of ik ook kan doorgeven dat hij graag even naar buiten wilt om te roken. “Roken is slecht voor uw gezondheid,” zei ik op een betweterige toon waar ik mij zelf ook aan ergerde. “Weet ik, maar op dit moment is het mijn enige medicijn tegen de heimwee.”

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie