#SuchALoser

‘Heb je eerder geprikt?’ vroeg ze mij angstig, terwijl ik treuzelend naar haar vaten in haar elleboogplooi aan het zoeken was. ‘Ja, dat heb ik zeker.’ Ik zal er maar niet bij vertellen dat ik alleen op een plastic poppenarm heb geoefend. En zelfs daarop lukte het mij om op wonderbaarlijke wijze toch mis te prikken. Ach ja, oefening baart kunst zeggen ze.

‘Bal uw hand maar in een vuist,’ vroeg ik haar vriendelijk, nadat ik de stuwband om haar arm had strakgetrokken. Ik voelde dokter G’s ogen in mijn nek branden. Ergens voelde het wel fijn dat er een echte dokter bij was. Die kon dan gelijk te hulp schieten als het fout ging. Niet dat er echt iets fout kan gaan bij bloedprikken. Niks fataals in ieder geval. Of de patiënte moet heel slecht tegen bloed kunnen en in een coma raken bij het zien ervan. Sommige mannen hebben dat namelijk. Zoals laatst een prikverpleegster mij vertelde: ‘Soms komen van die grote mannen met overal tattoes op hun armen, maar voor zo’n klein minispuitje zijn ze bang. Ik heb een paar keer de ambulance moeten bellen om ze weg te voeren. Snap jij dat?’

Ik kon het ergens wel begrijpen hoor. Ben zelf ook als de dood voor spuitjes. Tenzij ik iemand zelf moet prikken, dan boeit het mij geen cent. Maar goed, ik dwaal af. Terug naar mijn patiënte.

‘Goed, je hebt nu de juiste hoek gevonden. En nu snel erin steken,’ legde dokter G uit. Snel daarop stak ik het naaldje in het bloedvat. ‘Wauw, ik zit er in een keer goed in!’ riep ik het uit. Ik was zo enthousiast geraakt dat ik, met mijn domme kop, het naaldje per ongeluk weer terug trok. Ik kon die schouderklop van dokter G wel vergeten. ‘Ja, dat wordt in de andere arm opnieuw prikken,’ zuchtte dokter G. ‘Sorry,’ zei ik teleurgesteld. ‘Helemaal niet erg, je mag mij lekprikken. Je moet het toch ooit leren.’

Heerlijk zulke patiënten, alleen had ik haar een beetje te letterlijk genomen en prikte haar lek. Na tig pogingen was het mij eindelijk weer gelukt om een vat aan te prikken en met hier en daar wat gestuntel 11 buizen met bloed weten te vullen.

Mijn patiënte ging vrolijk weg met haar armen beplakt onder de pleisters. Gelukkig vond zij het niet zo erg. ‘Heb ik weer een leuk verhaaltje te vertellen thuis,’ zei ze toen ze fluitend wegliep. Maar jeetje, wat voelde ik mij toen een dikke vette loser.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie