#SEH

Mijn maag protesteerde bij elke stap die ik richting de SEH nam en ik voelde mij zenuwachtiger dan ooit te voren. Ik had totaal geen idee wat mij te wachten stond. Zou het echt zo hectisch zijn als op t.v? Met brancards hier en daar en artsen zittend op hun patiënten om ze te reanimeren, terwijl de ambulancebroeders ze rennend door de gangen naar de traumakamer rijden.

‘Hoi, ik ben de coassistent van de Interne Geneeskunde,’ kwam er een piepend gekraak uit mijn mond, toen ik eenmaal bij de aanmeldbalie van de SEH stond. Een Marokkaanse man achter de balie keek mij met een brede glimlach aan en zei: ‘Kom binnen kind. Welkom!’ De arts-assistent van de Interne zat al achter een computer hard statussen door te nemen en tussendoor zijn pieper op te nemen. ‘Hoi, ik ben Doa. De co van de interne,’ stelde ik mezelf voor aan hem. ‘Goed, ga alvast zitten! Meld je aan op een computer. Ik leg je zo alles uit.’ En dat deed ik. Ik ging braaf mij aanmelden op een van de computers en wachten.

Tussendoor kwamen verpleegkundigen mij vragen of ik een astrup kon prikken bij een patiënt en natuurlijk moest ik met “Nee” antwoordden, want dat mocht ik nog niet doen zonder toezicht de allereerste keer. Ik voelde mij continue bekeken door de verpleging en andere arts-assistenten alsof ze zich afvroegen waarom ik niks aan het doen ben en rondjes aan het draaien ben op mijn stoel.

Anderhalf uur later, duizelig van het rond gedraai en alle drukte op de SEH, had de arts-assistent eindelijk tijd voor mij. ‘Kom, ik ga je even rondleiden.’ Een rondleiding van niks. Amper een half minuut heeft het geduurd. Maar hij kon er ook niks aan doen dat het zo druk was.

Aan het eind van mijn avonddienst, dat ondertussen een nachtdienst was geworden, werd mij duidelijk dat je op de spoed niet gegarandeerd bent van een computer. Zodra je weg bent naar een patiënt wordt je computer door een ander ingenomen. Ook werd mij duidelijk dat patiënten nogal flink om je tenen kunnen gaan staan als ze te lang moeten wachten, je de patiënten absoluut niks te eten en te drinken mag aanbieden omdat ze nuchter moeten blijven en most important, dat je soms hard aan de witte jas van de arts-assistent moet trekken, omdat je patiënt anders uren kan blijven wachten totdat je hem kan overleggen.

‘Het zit erop. Dankjewel voor je hulp. Tot morgen,’ zei de arts-assistent aan het eind van mijn SEH-dienst. Half verdoofd nam ik afscheid van de verpleegkundigen, arts-assistenten van de chirurgie, neurologie en alle andere goede mensen die daar rond liepen. En wanneer ik bij mijn kluisje sta, mij heb omgekleed en mijn spullen in mijn rugtas heb ingepakt, besefte ik mij dat ik het overleefd had. En dat het achteraf toch allemaal wel meeviel.

Nu, na zoveel SEH-diensten verder kan ik zeggen dat het een van mijn lievelingsplekken in het ziekenhuis is geworden. Het gezoem in je oren van alle piepende apparatuur en de stilte die je opeens overvalt elke keer als je de SEH verlaat, alsof je net in een droom zat. Bloed, zweet en tranen op je witte jas die je aan het eind van de avond (of begin van de nacht) mag uittrekken. En al die patiënten, die een indruk bij je achterlaten. Het leuke SEH-personeel die je altijd weet op te fleuren. Het gevoel, echt al een soort van dokter te zijn. Dat maakt de SEH, voor mij, de meest leuke plek in het ziekenhuis.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie