#GroteSchoenen

‘Ik ben op zoek naar Jayden,’ riep ik door de gang van de kinderpoli. Ik zag een klein tenger mannetje van vijf jaar oud die druk met legoblokjes aan het spelen was opkijken. Vervolgens wierp hij een blik op zijn moeder en ging ongestoord verder spelen alsof er net niet geroepen was. Ik glimlachte naar zijn moeder en gaf haar een hand. ‘U kunt met me meelopen,’ zei ik en wees haar de weg. ‘Kom, Jayden,’ riep ze naar haar zoon. Jayden bleef doorspelen. ‘Jayden, nu komen,’ riep ze weer. Dit keer klonk haar stem streng en luider. Jayden trok zich er niets van aan. ‘Jayden, ik heb in die andere kamer ook speelgoed. Je kunt daar verder spelen,’ zei ik. Jayden sprong eindelijk op en holde achter ons aan naar de spreekkamer.

In de spreekkamer probeerde ik met Jaydens moeder een gesprek te voeren over wat er precies met hem aan de hand was. Hij scheen meerdere malen achter elkaar neus- en keelverkouden te zijn. Jayden speelde zo rumoerig met de auto’s en legoblokjes, dat zijn moeder en ik op een gegeven moment schreeuwend het gesprek moesten voeren.

Toen ik klaar was met mijn vragen te stellen en genoeg informatie van de moeder had verzameld om een differentiaal diagnose op te stellen vroeg ik Jayden of hij op het onderzoeksbankje kon komen liggen. ‘Ik wil je gaan onderzoeken,’ legde ik uit. Zijn moeder hielp hem met zijn broek en shirt uit te trekken en Jayden sprong vervolgens vrolijk op de onderzoeksbank. ‘Ik ga even naar je hart en longen luisteren, doet geen pijn,’ legde ik hem voorzichtig uit. Terwijl ik mijn stethoscoop op zijn borst plaatste, begon Jayden keihard te giechelen. ‘Dat kietelt hoor!’ Ik glimlachte naar hem. ‘En nu even naar je buik luisteren,’ en ik legde mijn stethoscoop op zijn buik. ‘Oh, ik hoor je boterhammen van vanmorgen,’ grapte ik. Hij keek mij met een opgetrokken wenkbrauw aan en zei: ‘Ik heb roti gegeten, geen boterhammen. En cola!’ Zijn moeder begon verlegen te lachen. ‘Ja, normaal krijgt hij wel boterhammen als ontbijt hoor. Maar vandaag was een chaotische dag.’

Ik knipoogde naar Jayden en zei: ‘jij hebt geluk hoor, ik heb droge boterhammen met pindakaas gegeten vanmorgen.’ ‘Bah! Pindakaas,’ riep Jayden.

Na overleg met mijn supervisor, stuurde ik Jayden en zijn moeder weg om bloed te prikken. De uitslag zouden we dan telefonisch bespreken. Na het bloedprikken kwam ik Jayden op de gang tegen. Hij was aan het spelen op de glijbaan. Toen hij mij zag, riep hij hard: ‘dokter, ik ben geprikt!’ Ik liep naar hem toe en hij liet mij zijn pleister zien. ‘Stoer! Je hebt niet gehuild toch?’ Hij schudde zijn hoofd en zei: ‘Nope, grote mannen huilen niet.’ ‘Oh, maar grote mannen spelen toch ook niet op glijbanen. Ben je daar niet te groot voor Jayden?’ Hij keek mij fronsend aan en zei: ‘Nee, jij bent daar te groot voor met je grote ko…’ Zijn moeder en ik keken elkaar met grote ogen aan. Hij slikte gelukkig dat woord net op tijd in en zei: ‘…schoenen.’ ‘Volgens mij wilde hij wat anders zeggen,’ lachte ik naar zijn moeder. Zijn moeder glimlachte verlegen en knikte.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie