#Driewensen

‘Stel je eens voor, dat je drie wensen mag doen. Wat zou je dan wensen?’ vroeg ik haar. Ze keek mij voor een paar milliseconden vluchtig aan en wierp vervolgens haar blik weer verlegen naar de grond. Ze haalde haar schouders op en schoof haar handen onder haar benen. ‘Ik snap het. Het is ook een lastige vraag,’ probeerde ik haar gerust te stellen. Of moed in te spreken. Ik weet niet zo goed wat ik probeerde.

Maar die vraag was belangrijk om te stellen, zodat ik een inschatting kon maken over wat er speelde in haar hoofd. Welke interesses en dromen ze heeft of nog heeft na alles wat ze heeft meegemaakt. Na een ongemakkelijke stilte besloot ik de andere vragen te stellen. Volgens het rijtje. Allemaal even lastig, confronterend en vluchtig beantwoord door haar met een snelle knik of een zachte gefluister van twee á drie woorden.

Ik moest mij inhouden om niet op te staan het jonge meisje te knuffelen en probeerde mijn meest professionele houding aan te nemen, zodat ze niet zou merken dat ik medelijden had. Ik wilde haar niet een ongemakkelijk gevoel geven of het idee geven dat ik haar alleen maar wil helpen, omdat ik haar zielig vind. Ik bleef de vragen door stellen, ondanks dat ik soms geen antwoord kreeg. Maar haar verlegen, sombere en ‘het-liefst-willen-wegvluchten’ houding, maakten mij boos. Niet op haar, maar op de wereld.

‘Wat heb je toch allemaal meegemaakt meisje?’ wilde ik haar vragen. Maar het bleef bij een stem in mijn hoofd en een onbeantwoorde vraag. Waarschijnlijk had ze er sowieso geen antwoord op gegeven. Een ding was ik wel wijzer geworden van het gesprek, maar begreep er eigenlijk niets van. Het magere, tengere, kwetsbare meisje vond zichzelf te dik. Ik voelde mij een olifant naast haar, zo mager was ze.

‘Hey, ik ben door al mijn vragen heen. En volgens mij begin jij ook moe te worden. Dus laat mij jou terugbrengen naar de afdeling,’ zei ik. Ze knikte en stond op. Toen we samen naar de afdeling liepen, gaf ik haar een gemeend compliment: ‘Ik vond dat je het heel goed hebt gedaan, want ik weet hoe lastig het voor je is. Dapper van je dat je met mij erover wilde praten.’ Ik merkte toen pas hoe angstig en terughoudend ze eigenlijk was en liep het liefst een meter voor mij of achter mij.

Ik nam het niet persoonlijk. Het leven kan soms erg onredelijk zijn. En de een kan er beter mee omgaan dan de ander. Ze heeft mij wel aan het denken gezet. Ik meende ook wat ik zei, toen ik haar probeerde gerust te stellen met ‘Het is een lastige vraag.’ Want dat is het inderdaad. Als ik een goede dokter wil worden, moet ik dezelfde vragen die ik aan mijn patiënten stel ook aan mezelf durven vragen. Hoe confronterend ze ook zijn.

Ik weet niet wat ik zou wensen, als ik nu drie wensen had. En ik weet eigenlijk niet of ik dat wist toen ik zo jong was als haar.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie