#GeenPrik

Met zijn teddybeer in zijn ene hand en zijn andere hand in die van de verpleegkundige, stond het kleine 4-jarige jongetje in de deuropening. Hij staarde vier mensen in het wit fronsend aan. De arts-assistent, twee verpleegkundigen en ik. ‘Ik wil geen prik,’ zei hij stampvoetend. Zijn ene oog stond half open en zijn mondhoek aan dezelfde kant leek afhangend. Het jongetje was te jong voor een beroerte, maar om te kijken wat er aan de hand was, moest er een CT-scan gemaakt worden van zijn hersenen. ‘Ik wil echt geen prik,’ protesteerde hij, terwijl de verpleegkundige hem de kamer in probeerde te krijgen. We moesten hem helaas echt een infuus geven om die CT-scan te kunnen maken. Er moest namelijk vloeistof ingespoten worden, om de vaten duidelijker op beeld te kunnen krijgen.

De verpleegkundige tilde hem op, plaatste hem op het onderzoeksbankje, en tegen al ons principes in, hield elk van ons een been of arm vast, zodat de arts het jongetje veilig kon prikken. We probeerden hem nog af te leiden met muziek en leuke video’s met ons smartphones, maar niets hielp tegen het geschreeuw en zijn onrust. ‘Dat doet zeer!’ schreeuwde het jongetje en probeerde met al zijn kracht ons weg te duwen en zichzelf los te krijgen. Ik deed een schietgebedje dat zijn moeder snel zou komen, om hem misschien wat rustiger te krijgen. Ook al deden we het voor zijn bestwil, soms voelen dingen vreemd en krom aan.

Hoe harder hij tegenstribbelde, hoe steviger we hem moesten fixeren. Het voelde raar, maar hij kon zichzelf anders flink bezeren. ‘Ik heb snot!’ schreeuwde hij. We wisten niet zo goed waar die het over had, iedereen was zo gefocust op het infuusje dat we niet doorhadden dat er een snottebel tot bijna op zijn schoot lag. ‘Ik heb SNOT’ krijste hij zijn longen uit zijn lijf. De verpleegkundigen en ik keken op, terwijl de arts zijn aandacht bij het infuus hield, en zagen nu waar het jongetje zo om zat te schreeuwen. Ik zocht naar een servetje in mijn witte jaszakken, maar vond behalve mijn stethoscoop, notitieblokjes en een leidraad nog alleen maar een zakje voor kruidensoep die ik drie weken geleden vanuit de spoed eisende hulp had meegenomen, en telkens mee had verhuisd naar een nieuwe witte jas maar nog niet eraan toe was gekomen om op te drinken. Gelukkig had een van de verpleegkundigen een servetje bij zich en hielp het jongetje van zijn gesnotter af.

De infuusnaald zat er net goed in, maar sneuvelde al voor het vastgeplakt kon worden. Om hem niet verder te pesten besloot de arts het aan de anesthesist over te laten, die kunnen dat net iets beter. Later hoorden we terug van zijn moeder dat het kleine jongetje na de CT-scan stoer met zijn zus zat te skypen en haar vertelde: ‘Ja, ze hebben mij overal geprikt. Het deed zeer joh! Maar hey, ik heb het overleefd.’

#NietZoGewoon

Ze drukte het groeiboekje, van een van de nieuw opgenomen patiënte, in mijn handen en vroeg of ik het in het systeem wilde zetten. Ik bladerde spiedend in het boekje en mompelde: ‘Ja, hoor.’ Maar eigenlijk dacht ik, dit is niet bepaald een van mijn leerdoelen voor de coschappen. Het is dat ik haar heel erg aardig en fijn vond als arts-assistente, of misschien was het haar Belgische accent waar ze letterlijk overal mee kon wegkomen, dat ik maar joviaal zei: ‘Komt voor elkaar.’

Wanneer ik plaats heb genomen achter mijn computer en het groene groeiboekje opnieuw open klapte, viel het mij op hoe goed geregeld alles eigenlijk is in Nederland. In mijn vaderland hebben ze geloof ik nooit eerder gehoord van een groeiboekje. Je mocht daar al blij zijn als ze een geboortedatum en –tijd noteerden. En van een vaccinatieboekje weten ze al helemaal niets. Misschien zit ik nu flink te oordelen, maar dat komt omdat ik er hopeloos moedeloos van word dat er telkens weer naar mijn vaccinatieboekje wordt gevraagd als ik weer in een ander ziekenhuis mijn coschappen moet lopen. ‘Ja mevrouw. Ik ben echt gevaccineerd, want ik kan die verduivelde prikken nog als de dag van gisteren herinneren, maar in Irak hielden ze geen vaccinatieboekje bij’ legde ik elke keer weer overtuigend uit.

Ik heb trouwens ook geen flauw idee hoe ik eruit zag als baby, want er werden niet veel foto’s gemaakt van mij. Volgens mijn ouders was er geen tijd voor foto’s (vroeger had je geen smartphones en moest je naar een fotograaf) en de foto’s die er waren, zijn kwijt geraakt tijdens de oorlog. Ik geloof ze niet. Volgens mij was ik gewoon een spuuglelijke baby met een snor en zijn er daarom geen foto’s. Baby’s zijn trouwens sowieso eng. Ze kunnen je doordringend aankijken, alsof ze je gedachten kunnen lezen en lachen opeens, uit het niets, in je gezicht. Alsof ze weten dat je jaloers bent op hun zorgeloze leventje en je jouw eigen leven ‘zat’ begint te worden.

Maar goed, ik dwaal af. Het groeiboekje hadden we het over. Het was de bedoeling dat ik de lengtes en gewichten in het systeem moest zetten en dan zou het automatisch in een groeicurve omgezet worden. Maar ik bleef in het boekje doorbladeren. Er stonden zulke openhartige berichten in, dat het bijna verkeerd aanvoelde om het te lezen. ‘Hier zei je voor het eerst mama’; ‘Hier at je voor het eerst aardbei, volgens mij vond je het niet zo lekker’; ‘Hier deed je voor het eerst helemaal alleen op het potje poepen. Wat ben je goed bezig!’ Ik vond het hartverwarmend.

En ik wilde dit ook, later. Voor mijn eigen kinderen. Ze elke dag vertellen hoe trots ik op ze ben, hoe mooi ze zijn en hoe slim ik ze vind. En ergens moest ik ook lachen om het groeiboekje. Omdat we in het begin zo trots op onszelf en elkaar zijn om de kleinste dingen zoals ‘poepen’ en gedurende het leven je steeds meer van jezelf en elkaar gaat vragen. Poepen wordt opeens heel gewoon.

Soms verwachten mensen teveel van zichzelf. Draaien uiteindelijk door, krijgen kortsluiting en eindigen net als dit meisje in een psychiatrische inrichting.

Het is cliché, maar clichés zijn vaak waar dus ik ga het toch zeggen: Het zijn de kleine dingen die ertoe doen! En die echt het verschil maken. Dus maak je niet al te druk. Het is het niet (altijd) waard. En bedenk even wanneer je voor het laatst stil hebt gestaan bij wat je allemaal bereikt hebt en hoe trots je eigenlijk op jezelf mag zijn. Of op elkaar.

#MediStitch

Of je nou voor arts, tandarts, dierenarts, verloskundige, verpleegkundige of doktersassistente studeert, er komt een dag dat je moet hechten. Tijdens mijn coschappen had ik vaak de behoefte om het thuis nog extra te oefenen. Zo vergeet ik mijn eerste keer, dat ik op een patiënt voor het eerst mocht hechten nooit meer.

Gelukkig is het allemaal goed gekomen, met de instructies van de chirurg erbij. Maar als co-assistent wil je ook weten of je het helemaal alleen en zelfstandig kunt. En oefening baart kunst. Tijdens je coschappen is er niet altijd evenveel tijd en ruimte om het hechten goed te oefenen en onder de knie te krijgen. En daarom mag ik een overcomplete hechtset verloten onder mijn lezers die dit bericht delen.

Zelf heb ik hem verleden week mogen uittesten. Degene die mij volgen op instagram en snapchat, hebben gezien hoe ontzettend blij ik ermee ben. En ik kan niet wachten om een van jullie er blij mee te mogen maken.

Met de MediStitch hechtset heb je de mogelijkheid om het alle kanten op te draaien en zo de moeilijk gelegen of te bereiken wonden beter te oefenen. Iets wat ik ook graag van te voren had willen oefenen voor ik bijna een chirurg knock-out had geslagen door mijn elleboog in zijn gezicht te rammen, tijdens het hechten van een wat moeilijk te bereiken wond.

Wat ik ook superfijn vind aan de MediStitch hechtset, is dat je  intracutane hechttechnieken kunt oefenen. Juist net dat gene, wat ik nodig had tijdens mijn coschap chirurgie. Iets wat je niet kunt oefenen op een fietsband, sinaasappel of de gewone hechtpads.

Ook kreeg ik een zuignap met ring en touw erbij, waarop ik gemakkelijk manueel chirurgisch knopen kon oefenen! Heb hem zelfs in de auto tegen het raam aangeplakt, voor het geval ik in de file niets te doen had en even wilde oefenen. Wel goed op de weg blijven letten, mocht je dit ook willen doen.

Even kort over MediStich:

MediStitch is een initiatief van medische studenten van de KULeuven, die medische studenten, beginnende co-assistenten, arts-assistenten en iedereen die het hechten onder de knie wilt krijgen de gelegenheid bieden om meer het hechten te oefenen. Verder bieden ze naast hechtspullen ook video’s aan, waarbij ze je op overzichtelijke wijze de hechttechnieken laten zien.

Oefening baart kunst, dus ben jij of ken jij een coassistent, doktersassistent, verpleegkundige, chirurg in opleiding, huisarts in opleiding, tandartsen, of wie dan ook die zo een hechtsetje kan gebruiken, deel dan dit bericht. Vergeet niet het op openbaar te zetten, anders kan ik helaas niet zien wie het deelt.

Mocht je niet kunnen wachten dan kun je hier je eigen hechtset bestellen: www.MediStitch.eu.

Facebook pagina: https://www.facebook.com/MediStitch

Instagram: Medistitch.eu