#BlindeSchoonheid

Nadat de bus even stopte, om ons de gelegenheid te geven buiten foto’s te maken en van het zonnetje te genieten, hoorde ik een van de passagiers van blijdschap lachen en in zijn handen klappen. Ik keek om, om te kijken wie het was en zag een oude man van een jaar of 60 met kort grijs haar en een zonnebril. Toen hij met behulp van zijn wandelstok opstond, merkte ik pas hoe lang hij was. Ook viel mij op dat zijn wandelstok strepen had. Hij is blind, bedacht ik mij dan. Wanneer ik de vrouw die naast hem zat, zijn hand zag vasthouden en met behulp van zijn armen met die van haar te bewegen, een soort gebarentaal met hem sprak, werd het mij duidelijk dat de man ook doof was.

Een griezelig gevoel bekroop mij. Hij zag er zo gelukkig uit en straalde een en al vrolijkheid uit, ondanks dat hij niets kon horen en zien. Niet meer kon bewonderen hoe mooi zijn vrouw was en hoe blauw de lucht vandaag was.

Wanneer we dus bus uitstapten en een stukje richting de rotsen en de zee liepen, zag ik een groepje van 3 jongens lacherig doen over zijn manier van lopen en hoe hij zijn vrouw vasthield alsof hij elk moment kon vallen. Een van de jongens deed hem na door zijn ogen dicht te doen en zijn vriend vast te pakken, zoals de man zijn vrouw vasthield met zijn handen op haar schouders. Ik kon er niet om lachen. Ik had de neiging om naar de jongen toe te lopen en zijn ogen kennis te laten maken met mijn elleboog. Ik denk dat hij na een week rondlopen met een blauw oog, hoofdpijn en niet goed kunnen zien wel leert waarderen hoe het is om te kunnen zien, horen en praten.

Maar ik schudde het van mij af. Je kunt de wereld niet veranderen. Wel jezelf. En even stond ik stil bij het feit dat ik het heerlijke geluid van het water tegen de rotsen aan kon horen, het gespetter van de druppels die uit een paar golven ontsnapten en mijn huid verkoelden kon voelen en de lavendelblauwe lucht kon aanschouwen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En ik kon niets meer en minder dan dankbaar zijn.

Ik zocht nog even naar de man en zijn vrouw en zag hoe zijn vrouw hem alles probeerde te beschrijven. En dan opeens weet ik het zeker. Hij mist niets. Want hij heeft gevonden wat de meeste mensen nog hevig naar opzoek zijn. Liefde in zijn puurste schoonheid.

#GoudenMuntjes

“Sorry dat ik je stoor hoor,’ zei het meisje van een jaar of zes, dat springend op de lege stoel tegenover mij kwam zitten. Terwijl ik een grote slok van mijn chai latte naar binnen werkte, keek het meisje mij liefelijk aan met haar bruine oogjes en sloeg haar blonde haren naar achteren. “Ik ben zo moe,” zuchtte ze.

Ik wilde bijna zeggen, ach kind het leven is vermoeiend. Maar dat wou ik haar niet aandoen. “Waar ben je zo moe van? Je bent nog zo jong.” Het meisje keek mij lachend aan en sprong uit haar stoel. “Hiervan,” zei ze en deed een dansje. “Ik doe dit al heel de dag en ben daarom nu heel moe.” Ik grinnikte. “Dat kun je wel goed. Waar heb je dat geleerd?” Het meisje haalde haar schouders op en al gauw kwam een wat oudere, donkere meisje met prachtig kroes haar, naast haar staan. “Dit is mijn zusje,” zei het blonde meisje en knuffelde haar. “Ze liegt hoor,” giechelde het donkere meisje “Ze wilt heel graag mijn zusje zijn.” “Ik lieg niet,” gilde het kleine blonde meisje. “Ze is gewoon mijn zusje hoor!”

Ik vond het zo lief! Konden alle mensen elkaar maar zien als zussen en broers, ongeacht ras of geloof. Terwijl ik met een glimlach naar de twee “zusjes” keek, hoopte ik stiekem dat ze hun puurheid altijd zouden behouden.

Toen ik opstond en mijn jas aantrok, keek het blonde meisje mij bedroefd aan en vroeg waar ik heenging. “Naar huis,” antwoordde ik. “Maar blijf toch nog even!” Ik kneep haar in haar wang en vroeg naar haar naam. “Yasmine,” giechelde ze en deed haar handen in haar broekzakken. “Mooie naam Yasmine!”. “Wacht, ik wil je wat laten zien.” Ze graaide in haar broekzakken naar iets wat ze niet kon vinden. “Ik denk dat ik het kwijt ben! Ik had gouden muntjes. Zeg, als jij onderweg een gouden munt ziet, zou je het dan aan mij terug kunnen geven?” “Tuurlijk,” knipoogde ik en zwaaide naar de twee zusjes.

Niet beseffend dat zij het kostbaarste goud bezitten in elkaars hart, zag ik ze vervolgens naar hun moeders rennen.

#WaarKomJeVandaan

‘Ik kom u een heel vervelend prikje in de pols geven, meneer.’ Ik schudde zijn hand en nam naast zijn bed plaats op een krukje. ‘In mijn pols? Wat een gekke plek om in te prikken kind.’ Ik grinnikte. ‘Ja, dat komt omdat ik arterieel bloed nodig heb, in plaats van veneus. En in de pols kan ik daar het makkelijkst bij.’ Hij richtte zijn blik naar het plafond, zuchtte en zei: ‘Je doet maar kind.’ Terwijl ik zijn polsslag in zijn pols probeerde te voelen, vroeg ik hem hoe het met hem gaat. Hij trok zijn schouders op en zei: ‘Geen idee. Ik denk dat ik doodga.’ Hij keek mij heel even aan. ‘En, heb je mijn pols al gevonden?’ ‘Nou, ik voel hem bijna niet bij u. En ik moet hem wel goed kunnen voelen, anders weet ik niet waar ik zo in prik,’ legde ik uit. ‘Dat was vroeger ook altijd zo, kind. Mijn pols is slecht te voelen. Volgens mijn vrouw heb ik geen hart.’ Ik lachte.

‘Normaal doe ik er niet zo lang over meneer, maar ik kan hem echt amper voelen,’ zei ik teleurgesteld na 5 minuten zoeken. ‘Ach kind, prik er gewoon in. Waar kom je trouwens vandaag? Turkije?’ ‘Nee,’ zei ik en prikte in zijn pols. ‘Marokko?’ raadde hij verder. ‘Nee, ook niet,’ en keek aandachtig of het spuitje zich al begon te vullen met bloed. ‘Suriname?’ ‘Ook niet, maar kijk we hebben al een klein beetje bloed in het buisje!’ zei ik enthousiast. ‘Wees maar niet al te blij hoor kind, ze kunnen hem nooit helemaal vullen. Curaçao?’ Ik glimlachte. ‘Nee, ook niet. U bent niet zo goed met raden.’ ‘Nederland?’ ‘Ja, ook maar oorspronkelijk uit Irak,’ hielp ik hem. ‘Irak!? Nou ik zal je zeggen, je bent wel een mooie meid.’

‘Dankjewel,’ zei ik en haalde de naald uit zijn pols. ‘U had gelijk, veel bloed zit er niet in. Bijna niets! Mag ik het in u andere pols proberen?’ vroeg ik vriendelijk. ‘Je zoekt gewoon een manier om langer bij mij te zitten. Ze zetten je zeker weer te hard aan het werk hé.’ Ik moest weer lachen. ‘Hoe oud bent u eigenlijk?’ vroeg ik nieuwsgierig. ’82 lentes oud.’ ‘Echt? U heeft anders de energie van een 28 jarige.’ ‘28? Zou je wel willen. Hoezo, zoek je verkering?’ grapte hij.

#Logica

Terwijl in de ene ruimte iemand opnieuw leert lopen, krijgt in een ander ruimte iemand te horen dat hij nooit meer zal kunnen lopen. Een paar gangen verder op, wordt er een nieuwe baby geboren en op een afdeling een verdieping lager leest een arts de tijd van overlijden op, terwijl de ander het opschrijft en je het gepiep van een stilstaand hart op de achtergrond hoort.

Vijf minuten geleden vertelde je iemand dat ze nog maar 3 maanden te leven heeft en nu krijg je de uitslag van een ander patient binnen dat het geen kwaadaardige tumor is en je iemand heel erg blij kan gaan maken met het goede nieuws.

Kortom, er zit totaal geen logica in. Maar hoe raar dit ook klinkt, het geeft je eigen leven perspectief. Mijn problemen lijken opeens heel klein. Sterker nog, je vergeet ze even omdat je andere belangrijkere dingen aan je hoofd zult hebben. Namelijk mensen, die jouw zorg nodig hebben. Jij bent als arts-assistent, maar ook als co-assistent de toekomst. Misschien voel jij je als co-assistent soms nutteloos en dom, want uhm..dat is ergens namelijk ook de waarheid. Maar het is een leerproces. Nu kan je ontdekken wat voor rol je later kan en wilt spelen in het ziekenhuis.

Stay positive, en dan zul je zien dat het opeens niet meer zo zwaar weegt dat je geen goed antwoord gaf op de vraag van de professor. Tuurlijk het voelt rot, maar goed ook. Want dat rotte gevoel, geeft aan dat je het meer dan ooit wil. En dat je het goed wilt doen. Go shine!

#DurfTeDromen

“Ik heb voor mezelf besloten dat ik ga winnen en mij niet klein laat krijgen door zo’n rot ziekte. Ik weet wat ik wil bereiken en het maakt mij niet uit hoelang ik erover doe. Als ik het maar haal,” zei een SLE patiënte ooit tegen mij. Haar woorden galmen nog in mijn achterhoofd.

Ik heb vaak van die momenten gehad waarin ik mijzelf afvroeg of het allemaal wel de moeite waard is. Dokter worden is fysiek, maar vooral mentaal slopend. Soms word je geconfronteerd met dingen die je liever niet wilt zien.

Zo sta je het ene moment aan het bed van een patiënt die je vertelt wat hij allemaal in het weekend gaat doen als hij ontslagen wordt uit het ziekenhuis. En een paar uur later sta je opeens bij zijn obductie te luisteren naar wat de patholoog heeft gevonden als doodsoorzaak. En terwijl je uiterst gefocust probeert te luisteren en de gedachte dat al zijn organen opeens op de snijtafel liggen, probeert uit te schakelen, denk je stiekem aan zijn kinderen en eventueel kleinkinderen.

Het leven is gek. Dat is een ding wat ik zeker geleerd heb afgelopen jaren. Maar ondanks de vroege uren, de vervelende hiërarchie die in het ziekenhuis een grote rol speelt, het gevoel van machteloosheid omdat je kennis shit is en je een patiënt niet verder kunt helpen en de eindeloze weg tot je klaar bent en jezelf een specialist mag noemen, is het toch de moeite waard.

Afgelopen periode heb ik vaak berichten gekregen van mensen die graag Geneeskunde willen studeren, maar bang zijn te falen of het misschien niet aankunnen. Klinkklare onzin als je het mij vraagt.

Zolang je weet wat je wilt bereiken, maakt het niet uit hoe lang je erover doet. Ooit zei iemand tegen mij dat ik amper de MAVO aan zou kunnen. I proved that sucker wrong. En als ik het kan, kan jij het ook.

Wat je droom ook is, niets is onmogelijk. Ga ervoor!

#DurfTeDoen

Een jaar terug was mijn leven zo anders. Ik weet nog dat niks mij kon opfleuren. Van alle kanten leken touwen aan mij te trekken. Ik kwam maar niet verder. Tot ik mezelf op een dag totaal verslagen in de spiegel aantrof, mezelf boos heb aangekeken en beval om er onmiddellijk mee te stoppen.

Ik was het zat om maar telkens op de rem te drukken. Altijd maar braaf wachten tot het stoplicht weer op groen springt en ik eindelijk door mag rijden, terwijl de rest mij, ondanks alle snelheidsregels en het rode stoplicht, bleef inhalen.

Met andere woorden, andere mensen hadden gewoon simpelweg schijt. Ze deden niet mee aan de regels waar ik mij zo heilig en loyaal aan hield. Jaren heb ik zitten tobben en mezelf afgevraagd waarom mensen zich zo schaamteloos gedroegen en als een kudde schapen over alles heen liepen wat hun kant op kwam.

Wat mij nog meer frustreerde was dat juist die mensen verder kwamen, hun doelen haalden en de ‘aardige/goede’ mensen achterbleven. Het werd mij op een gegeven moment steeds duidelijker. Zodra mensen ‘succesvol’ zijn of willen worden zien ze door al die felle spotlights de echte mensen niet meer. Ze zien alleen zichzelf. En zullen er alles aan doen om jou te doen geloven dat ze beter zijn dan jij, en dat jij beter maar achter hen aan kunt blijven lopen. Want jij bent toch maar een bange sukkel.

Maar er komt een moment dat je niet meer stil wilt staan voor een rood stoplicht. Dat je niet meer aan de rem wil trekken, ook al weet je dat het misschien een botsing zal veroorzaken. Ik wilde botsingen veroorzaken. Ik wilde zo hard tegen mijn torenhoge muren aan knallen en breekpunten veroorzaken. Breekpunten die mij zouden bevrijden uit deze vervloekte comfort zone, zodat ik door kon groeien. Niet meer bang zijn, voor sullige dingen of mij druk maken over wat andere mensen van mij denken.

Het werd tijd dat ik weigerde om op een dag wakker te worden en face to face te staan met het feit dat IK geen herinneringen heb. Dus laat je kostbare dagen niet wegkruipen in verloren hoeken, als jij het middelpunt in je leven kunt zijn. Go Shine.

#DurfTeFalen

‘We worden geboren met twee soorten angst,’ vertelde een vriendin. Ik luisterde aandachtig, terwijl ik mijn pasta netjes met de vork in de lepel oprolde. ‘Voor harde geluiden en voor vallen. Alle andere soorten angst is aangeleerd.’ Ik knikte en probeerde snel de hap pasta die ik zojuist in mijn mond had gestopt weg te kauwen om iets terug te zeggen. ‘Amen, vriendin,’ mompelde ik en hield mijn hand voor mijn mond. ‘Praat niet met je mond vol,’ zei ze geïrriteerd.

Ze had helemaal gelijk bedacht ik mij. Angst wordt ons aangeleerd of aangepraat. Ik had vroeger enorm veel last van faalangst. Soms zo erg, dat ik tentamens uit de weg ging. Maar is het niet onwijs zonde om jezelf tegen te houden door die verrekte angst? Het zijn maar waanideeën.

Ik heb er heel lang over moeten doen om bepaalde angsten af te leren. Zo was ik vroeger enorm verlegen. Of bang voor mensen, geen idee. Als ik iets leuks zag hangen in de winkel, maar mijn maat er niet tussen hing dan duwde ik mijn broertje richting een medewerker en liet hem voor mij vragen of ze nog mijn maat hadden.

Maar het ging nog verder. Zo durfde ik niet te vragen of ik eruit mocht als er een andere passagier naast mij kwam zitten in de bus. Ik wachtte dan rustig af tot die persoon uitstapte om er ook uit te kunnen stappen. JUP, I was pretty awkward.

Ik merkte op een gegeven moment dat het mij zo erg belemmerde in mijn groei, dat ik naar oplossingen ging zoeken. Dus ik ben grenzen gaan opzoeken. En ik heb geleerd dat vallen erg pijnlijk is, maar minder eng wordt als je jezelf weer leert opstaan. Dat zelfs die oorverdovende harde geluiden, waar je vroeger vaak van schrok, hun effect op je kunnen verliezen. Je kunt er zelfs doof voor worden. En wat betreft die aangeleerde angst, die valt gelukkig af te leren.

#SuchALoser

‘Heb je eerder geprikt?’ vroeg ze mij angstig, terwijl ik treuzelend naar haar vaten in haar elleboogplooi aan het zoeken was. ‘Ja, dat heb ik zeker.’ Ik zal er maar niet bij vertellen dat ik alleen op een plastic poppenarm heb geoefend. En zelfs daarop lukte het mij om op wonderbaarlijke wijze toch mis te prikken. Ach ja, oefening baart kunst zeggen ze.

‘Bal uw hand maar in een vuist,’ vroeg ik haar vriendelijk, nadat ik de stuwband om haar arm had strakgetrokken. Ik voelde dokter G’s ogen in mijn nek branden. Ergens voelde het wel fijn dat er een echte dokter bij was. Die kon dan gelijk te hulp schieten als het fout ging. Niet dat er echt iets fout kan gaan bij bloedprikken. Niks fataals in ieder geval. Of de patiënte moet heel slecht tegen bloed kunnen en in een coma raken bij het zien ervan. Sommige mannen hebben dat namelijk. Zoals laatst een prikverpleegster mij vertelde: ‘Soms komen van die grote mannen met overal tattoes op hun armen, maar voor zo’n klein minispuitje zijn ze bang. Ik heb een paar keer de ambulance moeten bellen om ze weg te voeren. Snap jij dat?’

Ik kon het ergens wel begrijpen hoor. Ben zelf ook als de dood voor spuitjes. Tenzij ik iemand zelf moet prikken, dan boeit het mij geen cent. Maar goed, ik dwaal af. Terug naar mijn patiënte.

‘Goed, je hebt nu de juiste hoek gevonden. En nu snel erin steken,’ legde dokter G uit. Snel daarop stak ik het naaldje in het bloedvat. ‘Wauw, ik zit er in een keer goed in!’ riep ik het uit. Ik was zo enthousiast geraakt dat ik, met mijn domme kop, het naaldje per ongeluk weer terug trok. Ik kon die schouderklop van dokter G wel vergeten. ‘Ja, dat wordt in de andere arm opnieuw prikken,’ zuchtte dokter G. ‘Sorry,’ zei ik teleurgesteld. ‘Helemaal niet erg, je mag mij lekprikken. Je moet het toch ooit leren.’

Heerlijk zulke patiënten, alleen had ik haar een beetje te letterlijk genomen en prikte haar lek. Na tig pogingen was het mij eindelijk weer gelukt om een vat aan te prikken en met hier en daar wat gestuntel 11 buizen met bloed weten te vullen.

Mijn patiënte ging vrolijk weg met haar armen beplakt onder de pleisters. Gelukkig vond zij het niet zo erg. ‘Heb ik weer een leuk verhaaltje te vertellen thuis,’ zei ze toen ze fluitend wegliep. Maar jeetje, wat voelde ik mij toen een dikke vette loser.

#LachenIsGezond

“En wat heb je op school geleerd afgelopen week?” vroeg ik aan mijn nichtje. Ze gooide haar Ipad aan de kant, draaide zich mijn kant op en greep met beide handen naar haar gezicht: “Dat er meer dan 40 spieren zich aanspannen als je lacht.” “Dan zou lachen wel erg vermoeiend zijn,” dacht ik hardop. “Je gebruikt er ongeveer 15. Als je boos bent 40 en als je huilt wel ruim 100!” “Honderd?!” herhaalde ze verbaasd. Ik knikte.

Daarom worden we zo moe van al die emoties. Al dat gehuil om je hersenloze ex, kwaadmakerij om je vervelende baas of die heks van een collega. Het put al die energie uit je spieren. Trouwens, ik maakte ooit een selfie toen ik boos was. Believe me, geen mascara of lipgloss die dan je paardenkop mooi kan maken.

En heb je jezelf wel eens gezien als je huilt? Daar trek je vast en zeker geen volle zalen mee. “You’re so ugly when you cry,” zong Rihanna ooit in een nummer voor iemand. Ik weet niet voor wie, maar she damn right.

Dus lekker blijven lachen, daar word je heel erg aantrekkelijk van. Bovendien maak je een hormoon, genaamd endorfine, aan tijdens het lachen. Een van de gelukshormonen. Beste medicijn tegen stress, depressie, slapeloosheid en noem maar op. En het boost je immuunsysteem op. Met andere woorden, mensen die meer lachen worden minder snel ziek. Ja ja!!

“Lachen is dus echt heel erg gezond,” zei ik en liet mijn nichtje mijn breedste glimlach zien. “Do, jij bent eigenlijk heel erg lelijk als je lacht,” ginnegapte ze.

Foto gemaakt door: Selay Kakar

#WieNietHorenWil2

‘Zal ik je haar verder omhoog steken,’ vroeg ik, terwijl ik naar haar keek in de spiegel. Ze schudde haar hoofd en bracht haar sigaret naar haar lippen. Terwijl ze een hijs nam, keek ze mij aan. Haar ogen maakten altijd een vriendelijke buiging als ze glimlachte. Ze wist dat ik haar gerook afkeurde, maar ik zei er niets meer van. Van al dat gerook, had zij een beroerte gekregen. Maar het kon haar weinig schelen. Ze had immers 72 mooie jaren achter de rug.

Ondanks het generatieverschil kon ik haar alles vertellen. Ze leek mij te begrijpen, ook al zei ze vaak niks terug en knikte ze alleen maar. Ze had na haar beroerte een taalstoornis overgehouden. Afasie op z’n medisch gezegd. Hierdoor kwam ze vaak moeilijk op woorden.

Tussen de rimpels die de tijd op haar gezicht had getekend en het doodgaan in, had ze haar kansen op een paar extra jaartjes met levenshoop gemeten. Ze was echt een levensgenieter. Een zoetekauw. Zo ontbeet ze altijd met twee crackers met roomboter en heel veel suiker erop en deed ze in haar koffie meer suiker dan melk. Toch was ze voor haar leeftijd een ontzettend mooie vrouw.

Toen ze een tweede beroerte kreeg, werd haar lichaam te moe. En haar ziel leek opeens te groot voor haar sneller mager wordende lichaam. De ketting die ik haar had gegeven, toen ze hem om mijn nek zag hangen en ‘oh zo mooi’ vond, hing nog om haar nek heen toen ze op haar sterfbed lag. Ik besefte toen hoe gehecht ik was geraakt aan haar. Gek hoe dat onbewust gebeurd en je het pas door hebt als alle grenzen gepasseerd zijn en de ijskoude klap uit een onverwachte hoek komt.

Zo ontmoet je soms mensen die het diepste van je ziel raken. Mensen waarvan je nooit had verwacht dat het goede vrienden konden worden. Vriendschap heeft geen kleur, leeftijd of ras. Maar het heeft wel grenzen. Ik besefte het mij alleen te laat. Een van die grenzen zijn patiënten.